ChiRunning: de pasfrequentie

Door Tim Kops

ChiRunning pasfrequentie
Een opvallend kenmerk van de ChiRunning techniek is de vaste, hoge pasfrequentie. Een metronoom is een handig hulpmiddel om dit te oefenen.

In mijn eerste artikel over ChiRunning gaf ik een korte introductie van mijzelf en mijn kennismaking met deze voor mij nieuwe manier van lopen. In dit artikel ga ik nader in op de pasfrequentie. Maar eerst kom ik terug op de oefening die ik op de foto’s uitbeeldde.

Eerst iets rechtzetten

Een lezer wees mij op de volgende contradictie: ik doe aan ChiRunning om blessurevrij te kunnen hardlopen en schrijf over het belang van goed uitgevoerde techniek. Tegelijkertijd presenteer ik een technisch moeilijke oefening met slechts twee foto’s en moedig ik jullie aan hiermee aan de slag te gaan. Dat is tegenstrijdig. Niet goed uitgevoerde oefeningen en krachttraining zijn namelijk een bron van blessures. Laat een goed opgeleide trainer of fysiotherapeut je dus liever eerst vakkundig instrueren voordat je zelf gaat experimenteren. Zo, dat is rechtgezet, nu verder met de pasfrequentie.

180 passen per minuut

Een ChiRunner loopt met een vaste pasfrequentie van ongeveer negentig passen per been per minuut. Of je nou 8 of 15 km/u loopt, de pasfrequentie blijft gelijk. Versnellen doe je door je kolom vanuit je enkels te hellen en de pas te vergroten. Danny Dreyer betoogt dat je lichaam gebaat is bij een vast ritme en dat je met een hoge pasfrequentie minder tijd op je voeten doorbrengt waardoor je minder energie gebruikt om je lichaam te dragen.

Bovengrens

De 180 passen per minuut is ook de bovengrens, waarbij Danny Dreyer een uitzondering maakt voor sprinters en toplopers op de middenafstand. Zij kunnen een nog hogere frequentie aan. Voor ons gewone stervelingen is die nog hogere frequentie niet geschikt. Het leidt tot minder bekkenrotatie (een ander belangrijk element in de ChiRunning techniek), met als gevolg een te grote belasting voor de quadriceps en hamstrings.

Lance Armstrong

Voor veel beginnende lopers voelt 180 passen per minuut misschien onnatuurlijk hoog aan. Toch is het de moeite waard om het jezelf aan te leren. Toen Lance Armstrong zijn ongekend hoge trapfrequentie introduceerde in het wielrennen, sneed hij daarmee alle concurrenten de adem af (zijn verrijkte bloed buiten beschouwing gelaten). Feitelijk deed hij niet veel anders dan wat alle jeugdrenners leren; zo min mogelijk belasting voor de spieren door een klein verzet snel rond te draaien.

Winst

Mij heeft het in staat gesteld om langzaam en licht te lopen. Voorheen lukte het mij niet om met mijn grote, relatief krachtige pas op een ontspannen manier 9 á 10 km/u te lopen. Met de ChiRunning frequentie en de ChiRunning houding lukt dit nu uitstekend. Voor mij is dat grote winst.

ChiRunning pasfrequentie Marion Meesters
Stukje uit het boek De kracht van ChiRunning.
Schrijfster Marion Meesters heeft ook baat bij een hoge pasfrequentie.

Metronoom

Om de aanbevolen pasfrequentie in je loopsysteem te krijgen adviseert Danny Dreyer een metronoom te gebruiken. Dit advies heb ik ter harte genomen en met de gratis app Pro Metronome kan ik prima uit de voeten. Zet de frequentie op 180 en laat hem in ¾-maat tikken. Dit zorgt er voor dat je elke pas een tik hoort en elke derde pas een harde tik: links-twee-drie, rechts-twee-drie, links-twee-drie, enzovoort. De metronoomfrequentie zet zich langzaam maar zeker vast in je hoofd en in je lichaam.

Versnellen door hellen

Het is de kunst alleen door te hellen te versnellen en te vertragen en je niet te laten verleiden tot het veranderen van de frequentie. Vooral als je een intervaltraining doet, zul je merken dat vertragen vrijwel automatisch zorgt voor een lagere pasfrequentie. De metronoom is dan onverbiddelijk en de tucht van het piepje helpt dan om het ritme snel weer op te pakken.

En weg is de Chi!

Een vermoeide wielrenner fietst vaak comfortabeler met een wat zwaarder verzet. Alleen als het hoofd en de benen nog fris zijn, lukt het om licht, soepel en hoogfrequent te blijven ronddraaien. Met hardlopen heb ik tot nu toe dezelfde ervaring. Vanuit het perspectief van ChiRunning betekent vermoeidheid al snel techniekverwaarlozing. De Naald (je kolom) zakt wat in, je begint af te zetten met je voeten, je gaat moeite doen en weg is de Chi! En vind hem dan nog maar eens terug. Daarom dwing ik mezelf nu om het ijzeren ritme van de metronoom te blijven volgen. Waardoor laten jullie je leiden?